Portret Marius van Beek

Marius van Beek 1921-2003

Op 9 januari 1921 schonk mijn moeder Jacoba Elling mij het levenslicht. Aangezien het zondag was verbleef ook mijn vader Piet van Beek, die dag en nacht werkte, thuis.
Dankzij mijn status als zondagskind plus aanroepingen der heiligen overleefde ik dodelijke kinderziektes plus op latere leeftijd dwaze en beangstigende avonturen.

Marius van Beek (1921, Utrecht) begon als klassiek beeldhouwer te werken in materialen als klei, brons en steen. Zijn thema’s waren meestal gekozen uit zijn katholieke achtergrond of de klassieke oudheid. Later kwamen ook andere onderwerpen aan bod en gebruikte hij tevens materialen als hout, jute en ijzer. Hij maakte ook abstracte beelden. De laatste jaren van zijn leven hakte hij veel in albast.

Zijn beeldhouwwerk is geruime tijd bepaald door het werken in steengroeven. Het proces van het loswroeten van de steen uit de aardkorst heeft tot een confrontatie geleid met schijnbaar toevallige breukvlakken en vormen in het oermateriaal, waar nieuwe vormen uit zijn ontstaan:

Ik houd van vormen, die door de natuur gestreeld zijn in beken, watervallen, of in Afrika zelfs door de wind bepaald. Het is een plastische vorm, die je na wilt voelen. Het is ook prachtig om te zien hoe keien aan het strand rond worden door de branding’.

Van Beek zat in de Tweede Wereldoorlog in het gewapende verzet. Het Polizei Standesgericht veroordeelde hem bij verstek, maar hij wist uit handen van de bezetter te blijven en zat enige tijd ondergedoken bij de beeldhouwer Pieter d’Hont te Utrecht, tevens zijn leermeester. Het verzet is een terugkerend thema in zijn werk, waarvan de belangrijkste het Jan van Hoof monument aan de Waalbrug in Nijmegen, het Doel van Santiago de Chili en het Herinneringsmonument in Amsterdam-noord.

In zijn verkenningen van de mogelijkheden en de betoveringen van de beeldhouwkunst gaat Marius verder: hij beseft, dat het vak tijdloos is, maar dat je er ook je agressie kwijt kunt – dat wil zeggen – het onrecht dat onze tijd de wereld aandoet. Dat besef maakt Marius tot een geëngageerde kunstenaar. De drang naar rechtvaardigheid, die hem aan het verzet deed deelnemen, krijgt in het werk van de kunstenaar de kans, gestalte aan te nemen, aldus Prof. Hans Jaffé in 1975.

In 1945 werd hij redacteur van het katholieke dagblad De Tijd. Naast het journalistieke werk volgde hij beeldhouwlessen aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten te Amsterdam. In 1967 werd hij docent beeldhouwen aan de Academie voor Kunst en Vormgeving te Den Bosch en aan de School voor de Journalistiek in Utrecht, waar hij kunstkritiek onderwees.

Als ik engel was
Zou ik er plezier in hebben
de dingen duivelachtig te doen

nu ik besef duivels te zijn
is het aardig
om als engel te verschijnen

De kroon op het uiteenlopende opdracht-en vrije werk van Marius van Beek is de op 17 september 2002 onthulde Vredesengel in Bato’s wijk te Oosterbeek. De engel als figuur of symbool vormt steeds een inspiratie, zie Tobias en de Engel, brons uit 1962, Arnhem en Nikè, brons uit 1982, Raad van State, Den Haag.

Sinds 1959 woonde hij in Oosterbeek bij Arnhem. Hij maakte diverse expedities, naar o.a. Egypte, Nubië en de Soudan in 1963; Mali, het Dogongebied in 1976 en Peru, voor de architectuur van de Inca’s in 1979, waar de sporen van in zijn werk terug te vinden zijn.

Marius van Beek stierf te Nijmegen op 27 september 2003.